Toepassing EU Richtlijn niet-financiële informatie en diversiteit begint met integratie in planning & controlcyclus

Afgelopen december onderzocht de AFM hoe de ‘EU Richtlijn niet-financiële informatie en diversiteit’ in jaarverslagen wordt toegepast. In haar Themaonderzoek niet-financiële informatie in bestuursverslagen 2017 stelt de AFM dat de overgrote meerderheid van de bedrijven rapporteert over hun beleid op de vier voorgeschreven thema’s milieu, sociale- en personeelszaken, mensenrechten en corruptie. Maar de richtlijn vraagt ook om een toelichting op eventuele risico’s, KPI’s om voortgang te monitoren en de resultaten van het beleid. Hierover wordt nog onvoldoende gerapporteerd, is de conclusie van het onderzoeksrapport.

Met name dat wat bedrijven doen rondom risico’s rondom mensenrechten en corruptie, wordt nog niet duidelijk toegelicht. Dit hangt vaak samen met de aanname dat mensenrechten voor niet relevant zouden zijn voor Westerse bedrijven. “Ons hoofdkantoor is in Nederland, we hebben een goed CAO en anti-discriminatiebeleid en geen vestigingen in Azië. Voor ons spelen mensenrechten niet”, is een voorbeeld van een veelgehoorde uitspraak.

Een groeiend oerwoud aan rapportagerichtlijnen

Daar waar bedrijven voorheen vooral ingingen op de eigen directe bedrijfsvoering, moeten zij nu ook transparant zijn over hun verantwoordelijkheid in de keten. Een positieve ontwikkeling, want de maatschappelijke impact van bedrijven hangt vaak samen met de rol die zij nemen in de keten, zowel richting leveranciers als klanten.

Maar de EU-richtlijn roept ook vragen op. Verplicht de EU bedrijven onderwerpen aan de kaak te stellen die zij eerder, bijvoorbeeld bij het gebruiken van de GRI Standards, als niet-materieel hebben beoordeeld? Wat betekent dit voor de focus en relevantie die bedrijven in hun verslag nastreven? Wij zien bedrijven worstelen met het groeiende ‘oerwoud’ aan rapportagerichtlijnen en de ogenschijnlijke tegenstrijdigheden en overlap hierin.

Gebruik rapportage-eisen bij het scherpstellen van het sturingskader

Verslaggeving is echter niet het middel om al deze ‘touwtjes’ met nieuwe pagina’s en snel opgeschreven teksten aan elkaar te knopen. De uitdaging is om de verplichte thema’s aan de ‘voorkant’ van de planning en controlcyclus mee te nemen in de beoordeling van speerpunten voor het komende jaar. De EU-richtlijn moet vooral gebruikt worden als analysekader om het presteren van de organisatie en de impact op de omgeving scherp te stellen. Thema’s zoals milieu en sociale- en personeelszaken zijn vrijwel voor iedere organisatie van strategisch belang, terwijl mensenrechten en corruptie in ieder geval onderdeel moeten zijn van de risico-analyse.

Zo beredeneerd vraagt de EU-richtlijn dus transparant te zijn over waarom de gevraagde thema’s wel of niet relevant (lees: materieel) zijn voor de organisatie. Dit zal per bedrijf verschillen.

Een voorbeeld is de manier waarop ABN AMRO en Unilever het thema mensenrechten hebben opgepakt. Beide organisaties hebben de impact van haar activiteiten en de mogelijke bedreigingen of kansen in relatie tot de prestaties van het bedrijf geanalyseerd. Beide organisaties hebben dit vervolgens verwerkt in een mensenrechten rapportage waarin ze deze analyse hebben uitgewerkt en waarin ze hebben beschreven welke risico’s er spelen in de ketens en welke acties ze nemen om deze risico’s te mitigeren.

Zo’n soort analyse zou de basis moeten vormen voor het interne sturingskader waarin KPI’s en KRI’s (Key Risk Indicators) vastgesteld worden.

De AFM geeft in het onderzoeksrapport aan dat zij in gesprek gaat met bedrijven en accountantsorganisaties om de naleving van de Richtlijn te verbeteren. Ons advies: wacht niet tot het draft jaarverslag begin 2020, maar start nu, aan het begin van de managementcyclus, met het integraal bepalen van de materiële thema’s en risico’s voor de organisatie!

Auteur: Tijn Willems, consultant bij Sustainalize

Blijf op de hoogte van ons laatste nieuws, recente blogs en evenementen met onze periodieke email nieuwsbrief (3-4x per jaar)!