Zijn Science-Based Targets nuttig voor Nederlandse bedrijven?

Steeds meer bedrijven stellen ambitieuze doelstellingen voor het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen (met name CO2) om klimaatverandering tegen te gaan. Maar wanneer weet je eigenlijk of je genoeg doet? Het Science-Based Target initiative (SBTi) biedt een antwoord op deze vraag. Het initiatief presenteert namelijk een methode om CO2-reductie doelstellingen te zetten die in lijn zijn met wat de laatste klimaatonderzoeken uitwijzen dat nodig is om aan de Parijs Doelstellingen te voldoen en opwarming van de aarde tot, in ieder geval, ruim onder de 2°C te houden. Onlangs deden grote investeerders (beheerd vermogen bijna $ 20 biljoen) wereldwijd de oproep aan bedrijven om dit nadrukkelijk zo te gaan doen, waaronder ook ABN AMRO, NN Group, Robeco en Actiam. Inmiddels zijn meer dan 1.000 bedrijven aangesloten bij SBTi. Is het nuttig om je bij dit internationale initiatief te voegen? Wat is de toegevoegde waarde van het zetten van Science-Based Targets (SBTs)? In België hebben recent maar liefst 53 organisaties verenigd in de klimaatalliantie ‘Belgian Alliance for Climate Action’, zich gecommitteerd dit te gaan doen. Sustainalize onderzocht wat de ervaringen en visies zijn in Nederland.

In een voorgaand blog hebben we al kort beschreven wat SBTs zijn, maar sindsdien is er een hoop veranderd. We zullen daarom eerst ingaan op de voortgang van het SBTi, waarbij we dieper in de methode duiken om zo de bevindingen van context te voorzien. Daarna gaan we in op onze bevindingen, geven we een stapsgewijze samenvatting van wat er moet gebeuren voor het zetten van SBTs en eindigen we met een concluderende opmerking.

De bevindingen zijn deels gebaseerd op informatie dat verschaft is uit interviews met Eneco, Signify, Vodafone Ziggo, Rabobank, Aalberts, NS, KPN  en PostNL, welke wij graag willen bedanken voor hun bijdrage.

Voortgang van het SBTi
Sinds de publicatie van ons eerste blog over SBTs is de populariteit van het SBTi flink gestegen. Op het moment van schrijven zijn er 1017 bedrijven die committed zijn aan het SBTi, waarvan er 529 een goedgekeurd target hebben. Het aantal bedrijven dat committed is aan het SBTi is gestegen sinds de oprichting in 2015, met een versnelling in de afgelopen twee jaar, zoals te zien in figuur 1. Uit figuur 2 kan worden afgeleid dat een meerderheid van de high-impact bedrijven in de ontwikkelde economieën de critical mass heeft overschreden. Dit betekent dat het zetten van SBTs normaler gaat worden, volgens de Diffusion and Innovation theory (Rogers, 2010). Deze theorie vertelt dat zodra er genoeg draagvlak voor een verandering of innovatie is, deze snel in populariteit toeneemt. Nederland heeft deze critical mass ook al overschreden, dus een snelle groei in bedrijven die zich bij het SBTi aansluiten kan worden verwacht. Met uitzondering van Denemarken is er geen enkel land dat boven de 40% komt, wat betekent dat de grote groei waarschijnlijk nog gaat komen.

(klik op afbeelding om te vergroten.) Figuur 1: Aantal bedrijven dat een goedgekeurd target heeft (geel) en het aantal bedrijven dat nog geen goedgekeurd target hebben, maar zich wel hebben aangesloten bij het SBTi (donkerblauw). De laatste staaf is toegevoegd door Sustainalize wat de situatie in juli 2020 voorstelt. Op het moment van schrijven zijn er 1017 bedrijven aangesloten bij het SBTi, waarvan er 529 een goedgekeurd target hebben. Oorspronkelijke afbeelding afkomstig van: Science Based Targets Initiative (2019). Raising the bar: Exploring the science-based targets initiative’s progress in driving ambitious climate action.
(Klik op afbeelding om te vergroten.) Figuur 2: Ontwikkelde economieën waarvan de high-impact bedrijven de critical mass hebben overschreden. Volgens de theorie zou een sterke groei in populariteit van het SBTi in deze landen plaatsvinden. Source: Science Based Targets Initiative (2019). Raising the bar: Exploring the science based targets initiative’s progress in driving ambitious climate action.

Methodes
Er zijn drie methodes die kunnen worden gebruikt bij het zetten van SBTs. Alle methodes zijn gebaseerd op temperatuur scenario’s. Het RCP2.6 scenario van het IPCC, welke een 66% zekerheid biedt dat de opwarming niet boven de 2°C uitkomt en het Beyond 2°C Scenario (B2DS) van de International Energy Agency (IEA) worden hiervoor gebruikt. Het B2DS scenario is vergelijkbaar met het RCP2.6 scenario.

De drie methodes zijn:

  • Sectoral Decarbonization Approach (SDA): hier wordt een ‘carbon budget’ per sector gebruikt om het emissiereductie-pad op te baseren. Een carbon budget is de maximale hoeveelheid CO2 dat aanwezig mag zijn in de atmosfeer om te zorgen voor minder dan 2°C opwarming. Het carbon budget per sector is gebaseerd op verschil in reductiepotentie van verschillende sectoren. Zo moet de energiesectorsector meer reduceren dan de metaalindustrie, doordat er een grotere reductiepotentie is voor de energiesector.
    Binnen elke sector kan een bedrijf eigen specifieke doelen uitrekenen met behulp van de SBTi-Tool (https://sciencebasedtargets.org/step-by-step-guide/ onder het kopje: Step 2. the science-based target setting tool, of https://sciencebasedtargets.org/transport-2/ voor de transport tool).
    Helaas is de SDA-methode niet te gebruiken voor elke sector. De sectoren die gebruik kunnen maken van de SDA-methode staan in figuur 3. Het SBTi is op dit moment bezig de SDA-methode uit te breiden voor andere sectoren. De SDA-methode voor de kledingindustrie, olie- en gassector, en de chemicaliën- en petrochemicaliënsectoren, staat gepland om dit jaar gereed te zijn. De ontwikkeling van de SDA-methode voor de AFOLU (agricultuur, bos- en ander landgebruik) staat gepland om gereed te zijn in Q2 2021.
(Klik op afbeelding om te vergroten.) Figuur 3: De sectoren die de SDA-methode kunnen gebruiken. Deze sectoren zorgen voor meer dan 60% van de uitstoot. Source: IPCC (2014a); IEA (2014)).
  • De absolute reductive methode of Absolute Contraction Approach (ACA): hier kunnen bedrijven kiezen om aan het ruim beneden 2°C pad of het 1.5°C pad te voldoen. Voor het ruim beneden 2°C pad geldt er een lineaire jaarlijkse reductie van 2.5%. Voor het 1.5°C pad geldt een lineaire jaarlijkse reductie van 4.2%. Een lineaire reductie betekent dat je een vaste hoeveelheid CO2 moet verminderen, die bepaald wordt door de hoeveelheid van het percentage van je basisjaar. Stel: je stoot 100.000 tCO2 uit in je basisjaar, dan moet je elk jaar 4.200 tCO2 (4.2% van 100 000) reduceren. Dit resulteert in een lineaire daling, in plaats van een afvlakkende daling als je elk jaar 4.2% van je CO2-uitstoot reduceert (figuur 4).
(Klik op afbeelding om te vergroten.) Figuur 4: Het verschil tussen een lineaire jaarlijkse reductie gebaseerd op 4.2% en een jaarlijkse reductie van 4.2%.
  • De ‘economic approach’ of het zetten van intensiteitsdoelstellingen: Intensiteit doelstellingen moeten altijd zorgen voor absolute daling van emissies om ‘science-based’ te zijn. Daarom worden intensiteit doelstellingen het minst vaak gebruikt, of worden deze gebruikt om de absolute doelen bij te staan.

Moet ik ook SBTs gaan zetten?
Tot nu toe hebben we het technische aspect besproken van het zetten van SBTs, maar hoe kijken bedrijven die wel of geen targets hebben gezet nu tegen SBTs aan? Hieronder staan de belangrijkste positieve en negatieve punten die uit onze Nederlandse marktanalyse naar voren zijn gekomen.

Voordelen

  • Met het hebben van SBTs beschik je gelijk over alle informatie die nodig is voor het invullen van benchmarks. Dit kan een duidelijke driver zijn voor bedrijven om SBTs te zetten omdat het makkelijker is een hogere benchmark score te behalen. In de toekomst zullen de criteria voor een hogere score misschien aangescherpt worden of het wordt verplicht om SBTs te zetten voor een benchmark score. Op dit moment is de CDP-vragenlijst al verenigbaar met de SBTi criteria, wat het makkelijker maakt om deze in te vullen en zal dus ook vaak gepaard gaan met een hogere score.
  • Het is vaak nog niet duidelijk wat er precies moet gebeuren om aan het Parijs akkoord te voldoen. Met SBTs weet je dat de targets die daaruit rollen genoeg zijn om de opwarming van de aarde niet hoger dan 2°C te laten worden. Het valideert wanneer je genoeg doet. Sommige bedrijven zetten in hun jaarverslag dat ze meehelpen aan de Parijs-doelstellingen, maar doen eigenlijk niet genoeg om aan het Parijs akkoord te voldoen.
  • Met SBTs spreekt iedereen dezelfde taal, het is gemakkelijker targets te vergelijken binnen de sector en iedereen werkt toe naar hetzelfde doel.
  • SBTs zijn een duidelijke stip op de horizon, het hebben van langetermijndoelen geeft kansen om je organisatie naar dit doel te sturen.

 Nadelen

  • Niet alle sectoren zijn op dit moment opgenomen in de SDA-methode. De SDA-methode is gebaseerd op reductiepotentie etc., waar de absolute en intensiteit methodes geen rekening mee houden en een vaste hoeveelheid CO2-reductie per jaar voorstellen. Dit resulteert uiteindelijk in een groter reductiepercentage over tijd, terwijl het in het begin, wanneer je het meest uitstoot, in theorie het makkelijkst is om CO2 te besparen. Het zou dus beter zijn om alle sectoren toe te voegen in de SDA-methode, gezien de SDA hier wel rekening mee houdt.
  • Het zetten van SBTs impliceert dat je je moet houden aan de regels van het SBTi. Voor bedrijven die wereldwijd vestigingen hebben kan dit lastig zijn. Het meten van scope 3 emissies is vaak lastig, maar wel nodig om je target te laten valideren. Een voorbeeld: Aalberts is sinds 2017 scope 1 en 2 emissies aan het meten en rapporteren. Als we de data van 2017 als basisjaar invullen in de SBTi-Tool en kijken wat de CO2 uitstoot zou moeten zijn in 2019 om te voldoen aan het 1.5°C scenario, dan zit Aalberts er ver onder. Aalberts kon 312.356 tCO2 uitstoten, maar heeft 287.000 tCO2 uitgestoten in 2019. Scope 1 en 2 emissies zijn hoogstwaarschijnlijk het grootste aandeel van de totale emissies van Aalberts, omdat deze in productie zitten. Aalberts zou dan alleen maar een scope 1 en 2 target hoeven zetten volgens het SBTi op dit moment. Als deze emissies dalen in de toekomst dan neemt het aandeel van scope 3 emissies toe, waardoor er in de toekomst wel een scope 3 target moet komen, maar op dit moment kan Aalberts geen SBT’s zetten ondanks dat ze ver onder het 1.5°C scenario zitten.
  • Het SBTi is nog steeds relatief nieuw en moet nog intern uitgelegd worden aan bijvoorbeeld het management, maar ook extern in het jaarverslag of aan investeerders. In het voortgangsverslag van het SBTi, uitgekomen in november 2019, staat dat de ‘critical mass’ al overschreden is voor meer dan de helft van de ontwikkelde economieën. Het overschrijden van de critical mass betekent een versnelling aan populariteit en zal het SBTi bekender worden volgens deze analyse.

Wat wordt er van mij verwacht als ik SBT’s wil zetten?
Het is altijd nuttig om de meningen van anderen toe te horen, maar het vertalen naar de eigen situatie kan nog lastig zijn. Daarom hebben wij een globale, stapsgewijze aanpak ontwikkeld voor wat er nodig is om SBT’s te zetten. We zijn ons ervan bewust dat dit zeer generieke punten zijn. Schroom dan ook niet om contact met ons op te nemen om specifieke situaties nader te evalueren.

Het eerste dat moet gebeuren is het creëren van draagvlak binnen alle niveaus van de organisatie. Wanneer iedereen weet waarom en waaraan gewerkt wordt, wordt het makkelijker om de nodige maatregelen te treffen om de doelen te halen.

Daarna is het in kaart brengen van de emissies van groot belang. Starten met scope 1 en 2 emissies en later ook scope 3, omdat deze vaak het meest uitdagend zijn. Het Greenhouse Gas Protocol biedt uitgebreide begeleiding in hoe je dit moet doen.

De volgende stap wordt dan het opstellen van een target. Een goede doelstelling houdt rekening met voorspellingen van de toekomst, de groei van een sector, wat de emissies zijn die je op een moment in de toekomst mag uitstoten, etc. Het doen van deze voorspellingen en een berekening zijn erg tijdrovend en vaak wiskundig uitdagend. Hier ligt één van de grootste voordelen van het SBTi, namelijk dat zij deze berekeningen al voor je hebben gedaan. Hetgeen waar je je dan nog bezig mee hoeft te houden, is zorgen dat de doelstellingen daadwerkelijk behaald kunnen worden. Ook dit is tijdrovend, maar met duidelijke inzichten in je eigen emissies, wordt dit een stuk makkelijker. Als je bijvoorbeeld weet dat de grootste uitstoot van je scope 1 emissies komen van de eigen benzineauto’s, dan is het makkelijk te berekenen hoeveel CO2 je bespaart als je de auto’s vervangt door elektrische auto’s, hoeveel deze elektrische auto’s kosten en hoe lang het duurt voordat alle benzineauto’s zijn vervangen.

Voor scope 3 zal dit uitdagender zijn, omdat de emissies in de gebruiksfase of in diensten van derden zitten. Het doen van Life-Cycle Assessments (LCA’s) verschaffen inzicht in waar de emissies van een product plaatsvinden, waarna je gesprekken kan starten met productieketencollega’s.

Zodra een target ontwikkeld is, moet er nog het nodige papierwerk gedaan worden om je target op te sturen naar – en te laten valideren door – het SBTi. Het op voorhand inlezen van documenten helpt om te zorgen dat alle stappen genomen worden. Daarnaast geeft het een eerste impressie van wat je moet doen en waarmee je kan beginnen.

Zodra het target gevalideerd is, is het belangrijk om de voortgang te monitoren zodat je kan ingrijpen als blijkt dat de verwachte reductie niet heeft plaatsgevonden. Het is belangrijk om aan het begin van het proces in je achterhoofd te houden dat het target gemonitord moet worden in de toekomst, zodat je je alleen maar bezig hoeft te houden met wat te doen als er iets niet gaat volgens plan. Dit is geheel target- en bedrijfsspecifiek, maar kan bijvoorbeeld een taak zijn voor de duurzaamheidsafdeling, of uitbesteed worden aan derden.

Conclusie
Zodra SBTs gezet zijn, bieden ze een heldere stip op de horizon en validatie dat je als bedrijf handelt in lijn met internationale emissieafspraken. Bedrijven die nog geen SBT hebben willen dit vaak wel, maar ondervinden dat de methodiek niet past bij hun bedrijf of hebben niet genoeg inzicht in de eigen emissies (vooral scope 3).

Inzicht in de eigen scope 1, 2 & 3 emissies, gecombineerd met draagvlak binnen alle organisatieniveaus is nodig. De verwachting is dat overheden in de toekomst met strengere wetgeving omtrent emissies zullen komen. Daarnaast kan een SBT ook helpen bij het verbeteren van de concurrentiepositie. Enkele voorbeelden van meer klimaatgerelateerde maatregelen:

Bovenstaande voorbeelden laten zien dat meer focus op emissiereductie onvermijdelijk is. Inzicht in de eigen emissies is van groot belang bij het zetten van realistische doelstellingen. Een goede mogelijkheid om te kijken of je targets toereikend zijn om aan de Parijs-doelstellingen te voldoen, is om dit te laten verifiëren door een onafhankelijke partij. Dit maakt je nu nog een duurzame frontrunner, wat je intern en extern kan communiceren. Het kan bijdragen aan een hogere score op verschillende benchmarks en contribueert aan de toekomstbestendigheid van een organisatie.

Auteur: Gavin de Jong, in coördinatie met Kyra Weerts.

Wil je weten hoe wij je kunnen helpen? Bekijk dan onze diensten.

Blijf op de hoogte van ons laatste nieuws, recente blogs en evenementen met onze reguliere e-mail nieuwsbrief (3-4 keer per jaar)!